![]() |
|||
| Dolfijn De gevorderde vinzwemmer zwemt met een grote monovin aan de voeten. De meeste vinzwemmers beginnen met gewone zwemvliezen omdat hiermee de techniek beter aan te leren is. De armen worden bij het vinzwemmen niet of nauwelijks gebruikt.
Bij wedstrijden kan het weleens gebeuren dat de benen zo verzuurd raken
dat de vinzwemmer wel moet zwemmen met de armen om vooruit te komen. De
armen worden recht vooruit gehouden; het hoofd wordt tussen de armen geklemd.
De handen liggen op elkaar. De bewegingen van een vinzwemmer lijken sterk
op de bewegingen van een dolfijn. De beeldhouwer Jan Ploeg heeft de
bewegingen van de dolfijn onderzocht. Golvende beweging De armen, het hoofd en de borst moeten zo stil mogelijk gehouden worden. De beweging wordt ingezet van onder uit de borst en de rest van het lichaam volgt als een soort sinus-beweging waarbij de amplitude laag is. Een beginnersfout is het inzetten van de beweging vanuit de knieën waardoor er een grote frontale weerstand onstaat. Bij de oppervlaktenummers wordt er gezwommen met een snorkel. Deze snorkel steekt tussen de armen door uit het water. Bij de onderwaternummers wordt er met of zonder persluchtapparatuur gezwommen. Bij de afstanden zonder perslucht dient de zwemmer de gehele afstand zijn adem in te houden en de afstand onder water af te leggen. Bij de persluchtafstanden wordt het persluchtflesje gestrekt voor gehouden, in het verlengde van het lichaam om maar zo gestroomlijnd mogelijk te zijn. Het keerpunt In een zwembad moet er natuurlijk altijd gekeerd worden. Het vinzwemkeerpunt lijkt sterk op het borstcrawlkeerpunt. De vinzwemmer komt aanzwemmen. Vlak voor de muur maakt de vinzwemmer een halve breedte draaiing (halve koprol) gevolgd door een halve lengtedraaiing. De zwemmer trekt de mono uit het water en slaat hem tegen de muur (zie foto). Dit is trouwens een spectaculair gezicht. De knieën komen met een hoek van 90 graden tegen de muur aan, waardoor er maximaal afgezet kan worden. Na het keerpunt mag er maximaal 15 meter onder water gezwommen worden.
Na het onderwater zwemmen komt de vinzwemmer boven en blaast hij/zij de
snorkel leeg om weer te kunnen ademen. Onder water kun je sneller zwemmen
dan boven water. De vinzwemmer vervolgt zijn weg naar het volgende keerpunt.
Het keerpunt weergegeven met mooie foto's klik op: het
keerpunt in beeld.De start Met een monovin kan er gewoon gedoken worden. De vinzwemmer gaat eerst op het startblok zitten. Dan volgt het eerste geluidssignaal: tuut.. tuut.. tuut.. tuut... De vinzwemmer gaat staan. Het tweede signaal volgt: 'op uw plaatsen'. De vinzwemmer zakt door zijn benen en houdt het startblok vast. De vinzwemmer moet nu helemaal stil staan. Het laatste signaal volgt: tuut! De vinzwemmer zet af en duikt in het water. Een vinzwemmer duikt goed als hij snel reageert op het laatste fluitsignaal en ver duikt. Als de benen op het zelfde punt het water in komen als de armen is de duikhoek goed. De start weergegeven met mooie foto's klik op: de vinzwemstart. |
|||